Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*36 GESCHIEDENIS

Frederik Hendrik,

en onderworpen, 't zij ze tct bijzondere Gewesten verheven wierden , en befchonken met de Voorregten der andere Leden van het Bondgenootfchap. Deeze overweegingen moesten hen fmaak doen vinden in het voorftel der Landverdeeling. 't Was buiten twijfel de jalouzy en de opgevatte vrees voor die vermeerdering van magt, welke de Staaten van Holland aandreef, om 't zelve tegenteftreeven. Misfchien zou deeze zaak min wederllands ontmoet hebben, indien men het hadt kunnen ontwijken, om ze, met andere Plaatzen van Braband, de Voorregten van het Bondgenootfchap afieftaan. Doch de Staaten van Holland hadden geen belang om die toelaating te begunstigen: en de Algemeene Staaten vreesden , dat dezelve de moeilijkheid der raadpleegingen zou vermeerderen. Zij dugtten voor 't verlies van hunne magt, en het blootftellen van den Staat,wanneer men ze, even als Drente, het regt eener bijzondere beftunringe vergunde. Dit waren de redenen, die hen bewoogen, om de verzoeken der Staa. ten van Braband, hun verfcheide keeren, en bovenal in den jaare MDCVIÏL gedaan , ten einde zij de Voorregten van een Bondgenootfchaplijk Gewest mogten verwerven , van de hand te wijzen (*).

Van deeze gefteldheid der Algemeene Staaten bedienden zich die van Holland, om hunne Partij te doen bovendrijven. Zij haakten na den Vrede » die

hun

C') Wicquef. I. p. 74, Zie ook ons Tafereel, Vo, Deel.

Sluiten