Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Der NEDERLANDEN. 24.1

hun gedrag , ten opzigte van dit Rijk gehouden, met voortewenden, dat Frankrijk buiten hun weeten het Huwelijk der Infante en de vèrwisfeling der Nederlanden beiloteu hadt , fchoon zij niet konden bewijzen , dat dit Rijk gedagt hadc het aanteneemen, ten nadeele hunner Regten , en buiten hunne toeftemming; en fchoon zij niet onkundig konden zijn , of zij moesten de gefprekken der Spanjaarden enden Graave d'Estrades ontkennen , dat men 'er geheel van afgezien hadt , indien het anders ooit in overweeging gekomen was. Daarenboven kon het enkel doen van eenen voorflag , en het hooren van denzelven , niet wel aangemerkt worden als eeninbreuk

op de goede trouwe. Zij beweerden, dat men

niet te veel voorzorgs en behoedzaamheids kon gebruiken , om de Staatzugt van Frankrijk te beteugelen , en het evenwigt van Europa, 't welk dat llijk wegnam, te herflellen. Even of Frankrijk, in den verzwakten ftaat , waar in Spanje zich bevondt, geene vermeesteringen kon maaken , zonder zijne Bondgenooten , aan welken hij daar door te gedugter moest worden , dewijl zij hun regt op de voorgcflelde Landverdeeling verboren hadden (*).

Dit laatfle was te duidelijk, om den minst door. zigtigen niet in de oogen te lieeken. Uit eene menigte

1 (*) Aitzema,.III. D. bl. 197. Fredehandel, M.329, Refol. Heil. 1647. bl. 34. 25. 39. 37. Negociat. fecrett

iv. p-87.304.314.313. Basnage, p. 80. Bougeantj

V. p. 163-164.168.

VL Deel, q

Frederik Hendrik.

Sluiten