Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

frederik Hendrik .

Vofchillen tier Gewesten over het bekragtigendts Vertirsgs.

ba»

.58 GESCHIEDENIS

wegegebragt, verklaarden de Staaten van Holland, onder zulk een beding, gefchikt, om de zaaken,tot merkelijk nadeel van 't Gerneenebest , lleepende te houden , den voorflag niet te kunnen aanvaarden (*).

De andere Gewesten zweegen op dit Ruk. Zij waren het ver van ééns over het bekragtigen van het gefloten Verdrag. De Staaten van Zeeland duidden het de Knuit zeer euvel, dat'hijgetekend hadt tegen hunnen zin en dien des Prinfen van Oranje , wiens Perfoon , als Eerfte Edele van Zeeland, door hem verbeeld werd: zij hebben lang, ja tot zijnen- dood roe, gearbeid , om hem te noodzaaken voldoening te geeven wegens het te buiten gaan van zijnen last.— De Staaten van Utrecht weigerden het Verdrag te bekragtigen, zo lang hun niet gebleeken wr,s , dat de Staatfche Gevolmagtigden de vereischte poogingen hadden aangewend, om Frankrijk en Spanje te bevredigen.- Zij keurden het gedrag van hunnen Gemagtigden-, Nederhorst, die het Verdrag niethadt bviilen onderfchrijven, zeer goed. Debezwaarenvan deezen Heer, in openbaaren druk , door de Gevolnac,tigden beantwoord zijnde , fchreef hij 'er een Weder-antwoord tegen, welks Wederlegging mede Dekend is. Die de bekragtiging van de hand weezen, verklaarden, dat men Spanje tot den Vrede met lunne Goede en Oude Bondgenooten hadt kunnen

nood-

(*) Aitzema, Vredehandel, bl. 362-364 Negot,fecr,_ IV. p. 428. 429.

Sluiten