Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 260

eer bij het vertrek te begeercn ; doch hij aanvaardde bet Gefchenk , 't welk de Staaten gemeenlijk den uitheemfcben Gezanten geeven (*).

Het Huis van Oostenrijk liet niet onbeproefd, om de Zweeden van hunne verknogtheid aan Frankrijk aftctrekken ; doch , daar hunne vermeesteringen te wijd afgelegen waren , om ze te kunnen behouden, zonder de verzekering eener magtige Mogenheid, bleeven zij ilandvastig. De Zweeden en Franfchen , in den Veldtocht des jaars MDCXLVIII, deKeizerfchen verflaagen , Dor.awert ingenomen , Beijeren geplunderd , zich in Bohemen geworpen , en de kleine Stad van Praag vermeesterd hebbende , was de Keizer genoodzaakt, den vierentwintiglten van Wijnmaand, den Westjihaalfchen Frede te Munfter plegtig te tekenen. Deeze is de grondflag van alle Verbintenisfen, vervolgens gemaakt, eneeneGrondwet des Keizerrijks. Een bijkans onnoemelijk getal van Strijdige belangen werd daar vereffend, de Duitfche Frijheid vastgefteld, en een behoorlijk evenwigt tusfchen de Catholijke en Proteftantfche Forsten be-

paa]d. ■ Frankrijk verkreeg de Opperheerfchap-

pij der drie Bisdommen , Metz , Toul en Ferdun; en van de Stad Pignerol, Brifac , en wat 'er onde behoorde, Sundgau , de Landfcbappen van den Op

per- en Neder-Elfas. Zweeden verwierf

behalven vijf millioenen Rijksdaalers, Foor-Pome ren , Stettin , het Eiland Rugen , de Heerlijkheic

wis

(f) Wicquef. Liv. II. p. 81.

Frederik Hendrik.

De TVestpkaalfche Vrede.

i

Sluiten