Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oer NEDERLANDEN. A73

Te midden van den voordeeligen Handel, hier te Lande gedreeven , deedt zich , in 't jaar MDCXXXVI, een verfchijnzel op, met regt, onder den naam van Windhandel, bij de Naakomelingfchap in geheugenisfe gebleeven. Door gansch Holland, doch bijzonder in de Steden Haarlem, Leyden, Amflerdam, Alkmaar, Hoorn en Enkhuizen, werd msnop Bloemen , en met naame op Tulpen, verllingerd. Grooten en Kleinen, Rijken en Armen, gaven zich over aan die gril ; deezen , om hunne ijdelzinnigheid te voldoen; genen, om dezelven onder cijns te brengen. Handwerkslieden Haakten hunnen arbeid, om zich overtegeeven aan het kweeken van Bloemen, en wonnen 'er fchatten mede , door het geweldig hoog opjaagen van den prijs. Bollen , die eerst één of twee Guldens gekost hadden , werden dikwijls, naa 't verloop van weinig dagen, voor honderdduizend en meer Gu'dens verkogt. Naa de laatfte planting, in Wijnmaand, verkogt men de Bollen , om terftond , of in 't volgend voorjaar , te ontvangen. De kleur en zeldzaamheid zette de markt. Eene Tulp, de Admiraal van Enkhuizen geheeten, werd , te Alkmaar, voor vijfduizend Guldens verkogt. Men woog elkander de Bollen bij aazen toe. Een Bloem van vier aazen, Gouda genaamd , goldt, in den aanvang dier gekheid, twintig, en daavnaa tweehonderd en vijftig Guldens. Men verzekert , dat, in eene Stad van Holland, voor meer dan tien millioenen Guldens aan Bloemen verhandeld werden. Toen deeze dwaaze liefhebberij op zijn hoogst was, VL DeeL S nam

Frebëriï? Hendr k.

Windhandel in Tulpen,

Sluiten