Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

osk. NEDERLANDEN. aW

In dit Tijdperk vertoonden zich twee zeer wijduit een loopende Partijen in 't ftuk van Godsdienst en Zedeleer. Deeze helde in alles tot de Itrengtte zijde over, geboodt de tterkfte onthouding in kleinigheden , fchudde het hangend hoofd over alles-, war, een zweem van nieuwigheid of zwier hadt, fprak op den llrengften toon over woeker, opfchik, Schouwburgs-vermaaklijkheden, en andere dergelijke onderwerpen. Gene , veel gemaatigder, zag deeze dingen aan als onverfchillig, en beweerde zulks op gronden, veel bellaanbaarder met de Staatkunde en 't gezond verhand. Hoog liep de twist over den Baard, het Hoofdhair , de Paruiken enz. Lodewijk de XIII. hadt de gewoonte , om lang hair te draagen, weder ingevoerd; dan de Strengen in Holland fpraken 'er over als eene fchandelijke, fchriklijke en vei?foeilijke dragt, eenen Christen onwaardig, gefchikt om het verderf over Land en Kerk te brengen. Men vondt 'er, die die Perfoonen , door de Toveresfe de Mode beleezen, niet met rust in hunne Godsdienstge Vergaderingen wilden dulden, üene menigte van Voor- en Tegeofchriften , ten opzigte dier onderwerpen, zag het licht: zij werden uit allerlei oogpunten betchouwd : en onder al dit fchrijven ging de Mode haaren gang.

Het'gefchil over den Woeker, betaald aan Bankof Lombaardhouders, en het trekken van Geld voor de leening van Geld op Panden, door de Strengen gemaakt, en door de Gemaatigden verdeedi&d , liep zo hoog, dat de zaak op At Synode werdvoorgefteld;

S a vioc]

Fredeuus Hendrik.

Godgeleerde gefchillen.

l

Sluiten