Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Frederik Hendrik,

Haai te-

'gen de Arminiaanen en tatnolijken.

«76 GESCHIEDENIS

doch de Gevolmagtigde van Staat verboodt, uit naam der Hooge Uegeering, v^n die zaak te fpreeken: en de Staaten, kct daar naa, een Befluit ten voordeele der Bankhouderen neeniende, deedt zulks den twist ophouden, en bragt de Strenge Partij, zo niet tot andere gedag!en , althans tut lliizwijgen. Behalven zulks , zou 't belang , hun even zeer gedwarsboomd hebben, als de M»de in 't ander geval: 1 belang niet alleen , maar ook de reden der zaak zelve, die, in een Land vol Hande!s , het opfehicten van Geld op Panden, en het verilrekkendaarvan voor Intresten , hoogst billijk maakt, terwijl wtlbedagte Wetten waaken tegen fchaftdelijken en uitzuigenden woeker (*).

Schoon de Leeraars der Heertellende Kerke, in de opgenoemde gevallen , verdeeld waren , hadden zij eene gemtene zaak tegen de Armini aanen en Roomfc'aen. De Arminiaanen hielden zij voor Pesten, vol van de fnoodfte gevoelens; de Roomfchen voor Afgodendienaars: en wilden het Land, 'tgeenniet gelukkig zijn kon, zo lang men 'er Ketterij en Afgoderij duldde, van die overlasten gezuiverd hebben; althans {jeanen in de Regeering toelaaten dan zodanigen, wier ijver voor den vastgehelden Godsdienst buiten allen twijfel was, door het getrouw te Kerk te komen en 't gebruiken des Avondmaals. In 't Overmaasfche Land,

waar

(*) Eavle , Chaufepied & Paquot, Art. Saumaife. R'evius , Voetius , Spanheim Epifl'da de Novhftmh in jielgio disjidiss, Tgm. II. Opp. p. 973.

Sluiten