Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

278 GESCHIEDENIS

Frederik Hendrik.

dan om den laatflen flag toebrengen : te ferfchrifelijker was zijn baat, dewijl dezelve in 't duister woedde en wondde, zonder dat hij zich blootftelde, om ééne wonde te ontvangen : dan zommigcn zagen door het masker heen , waar mede hij zich zogt te dekken, en dan bleef hij niet fchootvrij. 't Is bey kend , dat de Utrechtfche Leeraars de Regeering aangeweest zijn , om de Catholijken uitterooijen , om genoegen te geeven aan Voetius , die, ftaande zijn verblijf in 's Hertogenbosch , geduurig met hen getwist hadt: zijn veeljaarige pennellrijd met Maresius, eerst Leeraar der Franfche Gemeente te 's Hertogenbosch , en naderhand Hoogleeraar op de Hoogefchool te Groningen, {trekt ten onlochenbaaren biijkc, hoe zeer hij alles, wat naar Paaperij zweemde, oeltreedt. 't Is ook bekend, hoe hij Descartes bij de Proteflanten afmaalde als een vriend der Jefuïten f en een Catholijk Geestlijken aanzette, om hem te beltrijden als een Atheïst, die een aanvang maaktemet de Altaaren aftebreekèri, en met omkeeren van den Staat zijn werk zou voltooijen. Discartes gaf Brieven in 't licht, alie de kunstenaanjen eli fnoode ftreeken zijns vijands ontdekkende. Voetius , niet in Raat', om bet een zo gedugt Tegenftander in 't Itrijdperk te treeden , keurde het raadzaam, hem 't ftilzwijgen opteleggen door de hand der Overheid, 't Gelukte hem , die Brieven te doen veroordeelen aïs hoonend en beledigend voor den Hervormden Godsdienst, aangevallen in den perfoon van één der voornaamfte Leeiaaren. In de gezellchappen te U.

■ {recht

Sluiten