Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Beu. NEDERL.ANDE N. 279

trccht befchikte hij Lieden , die Descartes zwart rhaakten , en het zo verre wisten te brengen , dat niemand bijkans zich voor den Vriend diens Mans durfde uitgeeven. De Overheid zogt hij verder tot Dienaaresfe van zijnen haat en jalouzy te gebruiken. Groot was de verbaasdheid van Descartes , als hij vernam , dat men, in een Land , weleer zo hoog door hem geroemd, heimlijke befchikkingen maakte , om hem als een Atheïst te Itraffen , daar hij een nieuw bewijs voor Gods beftaan gegeeven hadt; en als een Lasteraar, dewijl hij de lasteringen zijns vijands hadt durven wederfpreeken. De onverzoenlijke Voetius was met den Beul van Utrecht overééngekomen, dat hij een zeer hoog brandend vuur zou ontfteeken , tot het verbranden der Boeken van Descartes. Hij zelve zou in perfoon met klokkengelui ingedaagd worden. Gelukkig hadt de FranfcheWijsgeer Vrienden , zo aanzienlijk , agtbaar en menschlievend, als zijne Vijanden zich laag , veragtlijk en vervolgziek betoonden. Men weet, datEuzABETH, Prinfesfe van de Palts, en Nigt van Frederik Hendrik , zich de vriendfchap van Descartrs tot eere rekende, en eene ijverige Voorftandfler was van zijne begrippen. Frederik Hendrik zelve , en de Franfche Afgezant, kreegen geen kundfchap van den toeleg , op dien verltandigen Man gemaakt, en de Geregtshandelingen, tegen hem aangevangen , die den Nederlanden tot onuitwischbaare fchande zouden verltrekr hebben, of zij deeden ze door hun gezag ftaakêh.

Zin»

Frederik Heindrik«

Sluiten