Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ika NEDERLANDEN. a8i

5re twee gevoelens voorftondt. Het eerfte werd voor Ketterij, en 't laatfte voor godloos eh ftrijdig met de Heilige Schrift gehouden. Hadden de Tegenftauders van Descartes hier de zelfde magt bezeten als de Znqui/ttie, hij zou misfchien het zelfde lot als Galilei hebben moeten ondergaan.

De Nieuwigheden, door den Hoogleéraar Coccejus in de Godgeleerdheid ingevoerd, paarden zich mét de gefchillen over de Wijsbegeerte van Descartes. Hier uit reezen twee magtige en talrijke Partijen, bekend onder de bertaamingen van Poetiaanen en Coccejaanen, welken nog ftand houden , fchoon hunne twisten nu zo geweldig niet, en de Voorvegters van wederzijden geraaatigder zijn dan voorheen. De Coccejaanfche Godgeleerdheid en Cartejtaanfche Wijsbegeerte hebben niéts gemeens met elkander. Niettemin droegen de zaaken zich in diervoege toe , dat de Voorftanders van deeze zeer onderfcheidene Weetenfchappen zich tot éénen Aanhang vormden • althans in zo verre, dat zij Coccejus voor hunnen Leidsman in de Godgeleerdheid hamen, en Descartes voor hunnen Leermeester in de Wijsbegeerre verkoozen : en geen Wonder , de zelfde Perfoonen, die den voortgang der Cartejïaatten in de Nederlartden dwarsboomden, waren ook de heftige Tegenftanders van de Coccejaanfche Godgeleerdheid. Dee. ze wederltand tegen die twee groote Mannen en hunne ftelzels bragt de Carteftaanen en de Coccejaanen in de noodzaaklijkheid, om hunne kragten te veréénigen tegen de aanvallen van zo talrijke en gedugte n Deel. T Vh>

Frederü Hendrik.

Cocce\aanfchëen Poeliaanfcne gefchillen.

Sluiten