Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Willem

db W

290 GESCHIEDENIS

eigene Onderdaanen zijn vonnis op. Gedhurende het woeden deezer Staats-ouweeren in Groot-Brit' tanje, kwam «ie Hertog van York in den Haage. Ztjti ouder Broeder, de Prins van Walles , vermoedelijke Erfgenaam der Kroone, begaf zich mede herwaards, naa eenigen tijd te Parijs doorgebragt te hebben bij de Koninginne, zijne Moeder , die daar iieen de wijk genomen hadt. Deeze ging aan boord op de Engelfche Koningsgezinde Vloot, en 't verichilde weinig, of dezelve was met eene Vloot des Parlements Haags geraakt in den mond der Maaze: 2% zouden het Regts- en Grondgebied der Ferêénigde Gewesten niet ontzien hebben , hadt deeze Prins, wiens magt verre de zwakiïe was, de partij niet gekoozen , om te Hellevoetfluis binnen te loopen. Warwik , Admiraal der Vloot van het Parlement, hadt de ltoutheid, om de Staaten te vergen , dat zij de Vloot , onder den Prins van Walles, de Havens deezer Landen zouden ontzeggen: beweereude , dat het Schepen det Muitelingen waren , dewijl zij. de zijde des Parlements verlaaten hadden. Doch de Staaten bewoogen , om de onzijdigheid te bewaaren , de beide Vlooten deeze Kus'en te verlaaten. De Prins van Oranje hieldt bij de Algemeene Staaten fterk aan , om zich ten voordeele zijns Schoonvaders te verklaaren ; doch de vrees van Holland en Zeeland, om zich de aanwasfende Partij des Parlements ten vijand te maaken , bragt te wege, dat noch hij, noch de Prins van Walles , iets konden bewerken, dan het afvaardigen van een buiten-.

Sluiten