Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE». NEDERLANDEN. 299

wegens zijne komst op den Throon geluk wenfchen. De Staaten van Holland vaardigden ook twee Edelen en één Lid uit elke Stad tot hem af , doch bedienden zich van min fterke bewoordingen, endeeden geene gelukwenfching in 't geheel. Dit Gewest, als mede Zeeland, op de belangen des Koophandels bedagt, oordeelde, omzigtiger te moeten handelen ten aanziene van 't Parlement, 't welk alle gezag bezat, dan omtrent een Koning , die alleen met een tytel pronkte. Doch de Algemeene Staaten , aan den Prins van Oranje verknogt, betuigden diepen eerbied voor 't Koninglijk Huis. De Predikanten zelve, die, eenige jaaren geleden, fterk tegen Carel den I. en den Godsdienst van dien Vorst hadden uitgevaaren, fpraken van zijn treurig uiteinde met verontwaardiging en affchrik. In eene Aanfpraak der Haag fche Predikanten aan Carel den II, welke zij,ondanks het verbod der Staaten van Holland, in 't licht gaven , ftapelden zij de veragtlijklte en hoonendhe uitdrukkingen op een tegen de vervloekte Geveinsden, die hunne handen bevlekt hadden met het bloed van den Gezalfden des Heeren. Zij Helden Carel den I. onder de Martelaars. De Staaten van Holland waren te meer misnoegd over deezen handel, dewijl zij geen aanltoot wilden geeven aan het Parlement, of eenigen grond, om te wantrouwen aan hunne genegenheid. Zij hadden een te diep inzien van zaaken , om geen ontzag te betoonen voor Mannen, wier magt zo ontzaglijk , wier onderneemingen zo gelukkig, en die door hunnen trots zo gereed waren

tot

IVlLT.EM DE II.

Sluiten