Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

304 GESCHIEDENIS

\Vhxem

de II.

ne Lastgeevers te raadpleegen , en dus aftetrekketl van de Stadhouders na de oogen te zien, dikwijls anders het geval der Afgevaardigden, op hunne aanprijzing gekoozen, door eer en ampten aan hun verpligt. Gelderland en Groningen volgden, in't eerst, alleen dit voorbeeld (*).

Naa den dood van Fkederik Hendrik betoonden de Staaten van Holland zich niet zeer gereed, om diens Zoon, Willem den II, te benoemen tot de

Be-

(*) Aitzema, II. D. bl. 910. 911. P- Paülus Perk/' der Unie, III. D. bl. 90, Hol/and vernieuwde dit Berigtfchrift in den jaare MDCLX1X, Gelderland in MDCCL ; doch in Groningen , waar het in den jaare MDCXLIV. werd opgefteld, fchijnt het ras in onbruik geraakt te zijn. Utrecht vervaardigde hetzelve in den jaare MDCLXXXVI, en Overijs/el in MDCCVII. Dan , fchoon de Afgevaardigden van Zeeland, Friesland en Groningen zich door geene gefchreeveue Lastbrieven verbonden vinden , zijn ze, egter, Cilzwijgende, tot al het zelfde gehouden , als de Afgevaardigden van alle de andere Gewesten uitdruklijk verpligt zijn. P. Paulus PerkU der Unie , UI. D. bl. 90 enz. 129-131. . De afhanglijkheid , waar in zodanig een Berigifclirift de Afgavaardigden van Hollandbragt, bleek in de Staatsverrigtingen. De Algemeene Staaten konden toen niet langer, met dezelfde éenftemmigheid en fpoed, ontwerpen beraamen : zij hingen meer af van de bijzondere Gewesten, min van den Stadhouder , en von. den zich dikwijls genoodzaakt bet belang van hun Laridfcliap te (lellen boven dat van het Bondgenootfchsp.

Sluiten