Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3i« GESCHIEDENIS

zaak te fpreeken. Nauwlijks waren zij opgedaan, of de eerfte Gematigde van Gelderland , den Stoel des Voorzitters ingenomen hebbende , hervatte de zaak, en men befloot met zes Gewesten , den Staaten van Holland , of, in derzelver afzijn, Gecommitteerden Raaden aantefchrijven , dat zij/op't ontvangen van deezen Brief, den last, tot vermindering gegeeven, zouden herroepen; en, in gevalle zij dit weigerden, gelijk wel te wagten was , zou men de Krijgshoofden belasten , om, zonder op 't bevel van Holland te letten, hunne Vaandels voltallig te houden (*).

Die van Holland verzetten zich tegen dit Befluit, en wraakten de geheele handelwijze als onwettig: 'er reezen hoogloopende gefchillen, die, egter, voor 't einde des jaars, fcheenen bijgelegd te zullen worden. Men bewilligde in de vermindering, die zoveel gerugts gemaakt hadt, terwijl die van Holland het zich zouden laaten welgevallen, dat ze gefchiedde door den Raad van Staate, uitnaam der Algemeene Staaten, die beweerden, dat het afdanken van Krijgsvolk van hen afhing , en niet van elk Gewest in 'c bijzonder: een gewigtig gefchilftuk , waar over men het in dit Gerneenebest bij lange naa altoos niet

déns geweest is. > Doch , wanneer het 'er op

aankwam , welke Benden men zou afdanken, ontftondt 'er een nieuw gefchil. De Staaten van Holland wilden vijftig Compagnien vreemde Knegten,

van

(O Refol. Htll. 1Ó19. bl. 294. 303.

Willem 3e II.

Sluiten