Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 315

v

ée bijzondere Gewesten , niemand aldaar mogten aantasten, zonder verlof van de Staaten van elk Gewest, of van den Regter, die hun perfoon verbeeldde. Dat de Ingezetenen , volgens de Privilegiën, ook niet geoordeeld mogten worden dan voor hunnen natuurlijken en bevoegden Regter. Dat de Algemeene Staaten geen llegtsgebied hadden dan over Luiden van Oorloge, en zulks alleen bij voorkominge , en over zaaken, derzelver beroep aangaande. Dat Brazil reeds gewonnen was door de Portugeezen, waarom de Algemeene Staaten ook geen Regtsgebied hadden op de Plaats, waar de misdaad , in gefchil, zou begaan zijn. Dat de bijzondere Staaten zeiven hunnen Onderzaaten geene bijzonderlijk aangellelde Regters mogten geeven, maar ze voor den gewoonlijken Regter te regt moesten Hellen. Indien men het, zomtijds , van wegens de Algemeene Staaten gedaan hadt, was het met toeitemming der Staaten van 't Gewest, of van derzelver Afgevaardigden, gefchiedt. Dat deeze laatften daar in bewilligd hadden, of met, of zonder last van hunne Magtigers: zo 't laatrte, dan hadden zij 't belang van hun Gewest verraaden : en, zo de Staaten zeiven hier toe last gegeeven hadden, kon zulks niet dan uit üofheid, of uit onkunde, of uit bijzondere inzigten gefchied zijn : en in allen geval hadden zij niets kunnen doen tot verkorting van de hoogfte Magt des Gewests. —— Men liet het niet bij deeze manlijke taal; maar verzogt den Prins, de Witte te ontflaan uit de Gevangenis, en na de Herberg te laaten

bren-

Woxem

de II.

Sluiten