Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3i6

GESCHIEDENIS

WlLLEM DE II.

Wedereifchender AlgemeeneStaaten.

brengen, gelijk hij daar uitgehaald was , na Rótter* dam te laaren voeren, en voor zijn bevoegden Regter, de Admiraliteit op de Maaze, te doen oordeelen. Wanneer zijne Hoogheid hier mede draalde, beiloot men, den Gevangenen, door den ProcureurGeneraal, van de Voorpoorte te laaten haaien. De Prins , van dit voorneemen verwittigd , wagtte de volvoering niet af, maar liet hem , nog dien zelfden dag , van de Voorpoorte haaien , in zijne voorige Herberg brengen, en daar door Soldaatenbewaaren i zints heeft men Regters over hel» gefield ; docli dit alles m<;rde zo lang, dat de dood van zijne Hoogheid tusfchen beide kwam, naa welken de Witte zijne vrijheid kreeg (*).

Zulk doortasten bragt den Algemeenen Staaten de gevoeligüe neepen toe. Zij hielden llaande, dat men hun geen regt kon ontneemen,- 't geen zij vijftig jaaren geoefend hadden ; dat, zij Meelters zijnde van de Landen , op gemeene kosten gewonnen , het Regtsgebied hun niet kon ontzegd worden over Perfoonen, in hunnen dienst llaande , en over misdrijven, gepleegd op Plaatzen , waar zij alle regt van

Oppermogenheid bezaten. Het valt ligt nate-

gaan, welk een voordeel een eerzugtig Stadhouder kon trekken uit zulk eene gefteltenis van zaaken, en welke verfchriklijke uitwerkzels zijne gevoeligheid,

g«r

(*) Refol. Holt. 1650. bl. 146. 148- 155. 160. 163. Aitzema, III. D. bl. 416. Wicquef. Liv. III. p. 152. Capelle Gedenkf. II. D. bl, 269. 270.

Sluiten