Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

>m NEDERLANDEN. 317

i».Poegd bij die der Algemeene Staaten in 't Gerneenebest, kon te wege brengen. Zijne Vleijers bleeven niet in gebreke , hem inteboezemen , dat de Staatkunde hem geregtigie, om zich van de neiging der Algemeene Staaten te bedienen, ter bereiking zijner bijzondere oogmerken. Eenige Gerneenebestgezinden durfden zeggen, dat de Vrede en de tegenwoordigheid van den Souverain dö Bedieningen van den Stadhouder en Capitein-Generaal onnoodig waakten. Dusdanige gezegden, overgebragt bij een jong Vorst, deeden zijne eerzugt jbet opblaaken, en ontliaaken zijne gevoeligheid tegen Holland, en Amfterdam in 't bijzonder, meer en meer (*).

Doch , omtrent den tijd , dat de Witte gevat werd , viel 'er iets voor , 't welk zeer gefchikt fcheen, om het goed verhand tusfchen zijne Hoogheid en Amfterdam te herfleilen : eene gebeurtenis, veelal over 't hoofd gezien, en moedwillens overgeflagen door Schrijvers, die Amfterdam als den gellagen Vijand van den Stadhouder zoeken te doen voorkomen: doch die de edelmoedigheid dier Stadin 't onbeneveldst daglicht helt. 't Was naamiijk Amfterdam, die den Prins van Oranje, om hem uit zijne zwaare fchulden te redden , twee millioener Guldens verltrekte. 't Waren de Burgemeesters, die zich, op den voorflag zijner Hoogheid, terftonc bij de Vroedfchap vervoegden, en deeze gereed von den, om hem te gerijven» en, toen de Staaten var

Hol

(*j Aitzema, III. D. W. 391. VL Deel, s. Si. ' C

Willem

de Üi

Amjler' dam verftrekt zijne Hoogheid twee millioenen, .

i

Sluiten