Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3>er NEDERLANDEN. -i%

vreeze , niets aan den jongen Vorst durven weigeren; a|thans, dat h j, door tweedragt en verwarring te verwikken, het werk der afdanking zou doen haperen.

Zijne Hoogheid verkoos tot Medeafgevaardigden vier Leden uit de Algemeene Staatsvergadering , Alexander van der Capellen , Heer van AartsIergen, Mauregnault, Renswoude en Klant; en, uit den Raad van Staate , Asperen , Lucasz. en den Thefaurier-Generaal Brasser. De Heer van Aartsbergen verklaart, in z\]ne Gedenkfchriften, dat hij niet, dan ongaarne, in deeze Bezending deel nam, en, fchoon in 't begrip, dat dit werk ftrekte tot handhaaving der Unie , noemt hij de middelen, daar toe gebruikt, te hard en te ongewoon (*). 's Prinfen keuze werd goedgekeurd , en zijn verzoek, om Geloofsbrieven aan de Hollandfche Steden,

ingewilligd. Gelijk, ten tijde van Maurits,

veele Predikanten hunnen ijver voor' 't Huis van Oranje, in een dergelijk geval, betoonden, zo lieten twee Leeraars, in den Haage, zich, ten dienPinxterdaage, voor den Volke hooren , dst men (doelende op de Staaten van Holland ) de Unie wilde verbleken, en zorgloos worden, den ouden haat van Span e geheel uit de gedagten hellende ; dat men ondankbaarheid wilde betoonen aan het Kiijgsweezen ^ en het bloedig zweet en den manhaften arbeid der

Krijgs-

(*) Refol. Gen. 7. Juny 1650. Capelle Gedenkf, llt P. b!. 283. 284. 285.

c *

Willem

de 11.

Zijne Hoogheidvertrekt aan 't hoofd der Bezending,

Sluiten