Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

32(5 GESCHIEDENIS

Willem

se li.

ander antwoord geeven, dan dat zij het voorgcftelde in xverweeging zouden neemen , en daar overhunne gsdagten zeggen in de eerfte Vergadering der Staaten van Holland. Niets liep recbtftreekicher aan tegen het oogmeik der Afgezondenen , en» bovenal, van zijne Hoogheid. Het ftondt gelchaapen, dat de andere Steden het voorbeeld van de oudfte zouden volgen , en dus de geheele Bezending nutloos maaken. Zijne Hoogheid verzogt, 'sanderendaags

nogmaals gehoord te worden. Aartsbergen voerde weder het woord, geen vooriif opgefleid Gefchrift kezende ; maar, voor de vuist , met meer kragts aandringende op den reeds gedaanen voorflag. Hij betuigde, ,, dat zij niet uit de Stad zouden gaan, ,, voor dat men hun, met duidelijke woorden ,fchrift„ lijk, verklaard hadt, of men zich dagt te houden ,, aan de Unie, van welke men zich hadt afgefchei„ den , of niet , en voor dat de Heeren van Dor,, drecht eene vaardige en weezenlijke herfielling ,, hadden gedaan over 't krenken van de Unie, waar „ aan zij, zo wel als veele andere Steden van Hol,, land , zich hadden fchuldig gemaakt, en waar ,, ever zij ftrafbaar geworden waren aan lijf en goed: „ 'er bijvoegende, dat hij eene andere taal zou voe„ ren, zo zij op ftaande voet geene voldoening ga„ ven." .Deeze onvoorzigtige aanfpraak , in welke de Heer van Aartsbergen naderhand verklaarde , alleen op het XX1I1. Artykel der Unie geoogd, en niets gezegd te hebben , dan 't geen overéénftemde met den last van den Prins en de andere Afgevaardigden,

werd

Sluiten