Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

53<* GESCHIEDENIS

Willem

Wat zijne Hoogheid toe deeze flappen bewoog.

van Dordrecht; Jan de Waal , Burgemeester van Haarlem, en Albert Ruil , Penfionaris d;er Stad; Jan Duist van Voorhout , Burgemeester van Delft; Nanninc Keizer, en Nicolaas Stellingwerf , Penfionarisfen van Hoorn en Medenblik. De Lijfwagt was verfterkt, en alle de toegangen van het Hof waren met Krijgsvolk bezet. Zo ras de Heeren in verzekering zaten , ontboodt de Prins den Raadpenfionaris Kats , wien hij te gemoete voerde : Mijn Heer Kats , gij zult verwonderd zijn over 't geen ik gedaan heb, en u zeggen zal. ik heb niet langer kunnen lijden, dat eenige Kwaadwilligen, tot ondienst van het Land , oniénigheid gevoed hebben tusfchen de Provinciën , Holland en de anderen. Ik heb daar boven, vervolgde de Prins; en, dit ze?geude, zag hij omhoog ; (want de\ gevangene Heeren zaten op de Bovenvertrekken) zes van de voornaamften zitten, en ik heb Graaf Willem met Ruiters en Knegten gezonden , om Amfterdam inteneemen. Gaa, zeg dit aan de Vergadering van Holland , en dat ik zelve na Amfterdam gaa. Ik twijfel niet of het Krijgsvolk is 'er reeds binnen (*).

Men heeft verfpreid, dat zijne Hoogheid zich tot deeze geweldige aanflagen hadt laaten vervoeren door den raad eeniger laaghartige Vleijers, die hunne verheffing zogten te vestigen op de puinhoopen der Vrijheid. Zeer werden hier van , door Schrijvers van dien tijd, befchuldigd de Heeren van Aartsbergen,

O Refol. Heil. 1650. bl, 235.

Sluiten