Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der. NE DERLANDEN. 341

deren bleeven tot 's avonds van den volgenden dag in den Haage, overal openlijk wandelende, om hunne onbekommerdheid te betoenen. Het fpoedig vertrek der meesten e af gelegenheid aan hunne Partij, om fchamper te fchrijven, dat men meer wijsheids en möeds verwagt hadt van die hoogdiaavendeGeesten , om voldoening van eer te verzoeken ; dat de vrees, of een kwaad geweeten, bij hsn de overhand hadt (*).

Zij.ie Hoogheid wagrte met ongeduld de tijding, dat het Krijgsvolk binnen Amflerdam zou gekomen , en die trotiche Stad in zijn geweld weezen. Zijne maatregels hadt hij zo genomen, dat hij aanhetwelgelukken niet twijfelde. Vreemd , ondertusfehen, is het , dat, omtrent drie of vier weeken vóór dit gebeurde, verfcheide Kooplieden te Amflerdam en Haarlem Brieven van Londen , Dantzig en elders ontvangen hadden , waar in men van 't Beleg van Amfterdam, als van iet, 't welk tegenwoordig was, gewaagde. Men heeft of het voorneemen der Bezending buiten 's Lands in een daadüjk Beleg hervormd, of zulk een gerugt voorbedagthjk laaten loopen, om Amflerdam te verbaazen, of reeds vroeg deezen toeleg gehad, en niet zorgvuldig genoeg bedekt gehouden. Vreemd fchijnt het ook, dat

onder de gevatte Heeren geen der Amflerdamfche Af-

gc-

(*) Wagenaar, Amfl. V. St. bl. 120, ui V Leeven van Willem den II, II. D. bl. 520. Capelle Geaerikf. II. D. bl. 275. 281.

Ü5

Willem

de II.

Sluiten