Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

34» GESCHIEDENIS

Willem ut H.

Wdna. De eerstgemelde voerde het woord, betui* gende, „ dat de Heeren Burgemeesters den Brief „ van zijne Hoogheid ontvangen , doch wel gej, wenscht hadden, dat dezelve zo aanzienlijk niet „ ware vergezeld geweest; dat zij, nogthans, den „ Raad bijeengeroepen, en zedert aan de Afgevaar„ digden der Stad op de Dagvaarten aan de Staaten ,, zeiven gezonden hadden , om derzelver goeden „ raad inteneemen , zonder welken zij zich niet in „ haat bevonden, om den Brief zijner Hoogheid te beantwoorden. Middelerwijle verzogten zij , dat ,, zijne Doorlugtigheid de Stad verfchoonen en niet ,, nader komen wilde, of zij zouden genoodzaakt zijn , zich te befchermen met de wapenen , die „ God en de Natuur hun verleend hadden." Graaf Willem , verzet over deeze taal, zweeg. — Maarsseveen hervatte het woord, „ dat hij dus ,, verte voikomen geiproken hadt volgens last van „ Burgemeesteren ; doch dat hij, uit zichzelven, „ den Graave wel gansch vriendelijk en gedienstig„ lijk wilde raaden , ten beste doenlijk terug tetrek„ ken, alzo hij daar niet was zonder grootgevaar; dat „ de Stad vol was van vreemd foort van Lieden, die „ ligthjk iets onderneemen zouden, dat zijne Doorlustigheid fchadeüjk, en Burgemeesteren nier aan„ gerjaam zou zijn; wordende Gaar binnen zulk ee5, ne taal gevoerd, dat Burgemeesters, misfehien, „ hoe zeer tot hun leedweezen , genoodzaakt zoud.n „ kunnen worden , om de uiterde middelen in 't „ werk te hellen."

Men

Sluiten