Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

öbr. NEDERLANDEN. 349

> Men wil, dat in de Vroedfchap met de daad zou geraadpleegd waezen , den Diemerdijk doorteft.eeken, en dus door't water al 's Prinfen Volk te vernielen, maar dat flegts twee Hemmen dit betluit wederhielden ; doch hier van vindc de Heer Wagenaar. in de Registers der Vroedfchap niets het ininfle aangetekend. Het openzetten van twee Sluizen en het doorfteeken van een Polder zette reeds de Amf eiland* fche Weiden, tot aart den Uithoorn toe , onder water; en, daar de Diemerdijk, op een halfuur graaveus naa, was doorgëdolven, begreep men in 't Leger genoeg, dat het aan de Stad ftondt, het water over 't geheele land te jaagen , en de Bezettingen te verdelgen.

't Liep tot laat in den avond, eër zijne Hoogheid door den Marquis de Vieuville berigt ontving van den mislukten toeleg. Onder den maaltijd zittende, ftondt hij van tafel op, wilde niemand gehoor ver lenen , en, ftampvoetende van fpijt, wierp hij zijr hoed tegen den grond. Althans dit was het berigt door eeren onbekenden , die, zo men vermoeder mag, toen in 's Prinfen dienst was , aan de Amfler damfche Afgevaardigden, 's avonds omtrent elf uu ren, op eene zonderlinge wijze in den Haage mede gedeeld.

Toen de eerfte hevigheid van fpijt en toorn in zijn Hoogheid eenigzins bedaard was, dagt hij op mid delen , om zich te redden uit de ongelegenheid waar in hij zich hadt ingewikkeld, 's Anderendaags zijnde Zondag, woonde hij de Morgenpreekebij, e

VI. Deel. 2. St. B, li

WIU.ÉM DE II.

I

»

i

Sluiten