Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 351.

Almagtigen God tot Getuigen van'dit alles. —«. De twee Hooge Geregtshcven hadden hem de reize ontraaden; doch hij beriep zich op den last der Algemeene Staaten , aan welken hij de Geregtshoven wees , zo zij verftonden , dat men eenen anderen voet te volgen hadt. Hij hoopte , buiten twijfel, door de vrees van een langduurig beleg, en het daar 'aan verknogte ftilftaan des Handels, de Amfterdammers te doen befluiten tot het geen hij , door het mislukte verrasfend inneemen der Stad , bedoelde te wege te brengen.

Te Amftelveen gekomen, toonde men hem de reeds onder water llaande Landen , en 't gevaar , waar in hij zich met het Krijgsvolk bevondt, indien de Amfterdammers de doorgraaving van den Diemerdijk voltrokken. LodewijK van Nasfau, Heer van Bererweerd, helde hem dit alles zo leevendii; vo^roogen, dat hij, door angst aangegreepen, terftond befloot, met de Stad in minztume onderhandelinge te treeden, en telfens den Heer van Beverweerd na den Haage te zenden , met last , om ter Algemeene Staatsvergaderinge te bewerken, dat men hem, door bene plegtige Bezending, verzogt, na den Haagets rug te keeren , opdat zijne eer bewaard bleeve , in gevalle de onderhandeling met Amfterdam den begeerden uitflag niet mogt hebben. De Heer van Mathenesfe wendde hier toe zijne poogingen aan, en men befloot , door. eene aanzienlijke Bezending .te verzoeken , dat de Prins na den Haage te rug E % kwame9

Willem de II.

Zijne Hoogheidkomt zelve voor Amjïerdam.

Sluiten