Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

^ GESCHIEDENIS

Willem

kwame, de vijandlijkheden (*) deedt ophouden, en den Koophandel van Amfterdam den vrijen loop liet

heb-

(»") De vijandlijkheden beftonden veeleer in eenige beu> zelagfige dan bloedige ontmoetingen. Wij zullen 'er eenige aantekenen. Op 't Lijmzieders Pad was eene Compagnie Metzelaars opgerigt, die tegen eenige Ruiters, op den Overioomfchen Weg liggende , werden afgezonden. Beide de Partijen vroegen elkander, of zijlast om te fchia ten hadden ? waar op niet werd geüntwoord : en de Ruiters keerden na den Overtoem te rug. Tien of twaalf

Stads Soldaaten , met Capitein Soeteman , een Engeisckman, aan 't hoofd, gezonden na de Drie Baarsjes, over de IVetering , om den weg aldaar doortefteeken , en de Stoot er- Polder onder water te zetten , werden , door de Ruiters, die aan den Overtoom lagen, en op hen afkwamen , ligtlijk verjaagd. De Capitein zette het eerst op 'c loopen, voorgeevende, last tot vegten te zullen gaan haaien bij Burgemeesteren. Anderen fmeeten bet Geweer weg, of fproi^en in't water, zich reddende met zwemmen. Een jarigen uit den hoop gaf vuur op de Ruiters, en naakte zich gereed om op nieuws te laaden , toen hij jgegreepen, afgerost, en in de Wetering geftooten werd, waar naa men hem gelegenheid liet, om na de overzijde t* zwemmen. —— Een Paadje van Graaf Willem , die zien in een grasuwe Pij vermomd hadt , een Vaandrig , als mede eenige Edellieden en Ruiters, door de Amflerdamm(rs hier en daar opgeligt, werden gevanglijk na de Stad gebragt, en niet geflaakt, dan naa het treffen des Verdrags ftet den Prins. .-. Die , bij de Haarlemmer Ptort,

dt

Sluiten