Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ber NE DER.LANDEN. 361

gezonden , opgevat en beantwoord ;werden. 1

Zeeland, nog misnoegd over den Munfterfchen Vrede , en naijverig over Hollands Koophandel gedankte , door eene plegtige Bezending, zijne Hoogheid: keurde her zenden van Krijgsvolk na Amfterdam, en het in hegtenis neemen van eenige Heeren, zeer goed, verzoekende, dat hij in den zelfden ijver, ten beste van den Sraat, wilde voortvaaren. — Gelderland, Overijsjel en Utrecht fchreeven Brieven van dankbetuiging , de eene uitbundiger dan de andere. •

Frieslands Brief was ingetoogener , en maakte geen gewag van 't berennen der Stad Amfterdam , of het gevangenzetten der zes Heeren. • Die van Groningen fchreeven niet, om dat de Staaten niet vergaderd waren. Met voordagt zweegen de Staaten van Holland ftil: hier door duidelijk toonende, dat 's Prinfen gedrag hun mishaagde. Hadden de laatstgemelden het niet te rug gehouden, zou ter Algemeene Staatsvergadering doorgedrongen geweesi Zijn, een Algemeenen Dank- en Bededag door alle de Gewesten te houden voor 't welgelukken van dit al les (*).

Slaan wij 't oog op het geheel beloop deezes werks, dan ftrekte alles om in dien Vorst het reeds brandeuc vuur van Staat- en Heerschzugt op 't hevigst te doei blaaken. Bedankt te worden wegens het geen hij te gen de Vrijheid van den Staat ondernomen , en di mishandelingen , welken hij den Voortfanderen vai

de

(*) Aitzema , III. D. bl. 454* 455»

Willem ue II. bedankt voor zijne verrigtingen.

1 t

Sluiten