Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

S6i GESCHIEDENIS

dezelve aangedaan hadt ! Wij kunnen nietnalaaten, hier de woorden intevoe£en van den Prefident Schelius: ,, Van waar zijn die dingen gekomen, welken „ over weinig jaaren gebeurd, en, kort daar naa, geheel uit het geheugen geraakt zijn ? Toen de „ Stadhouder, op eigen gezag, zonder last der Staa„ ten, de magtigfte Stad van Holland durfde beren„ nen, en de Afgevaardigden der Steden gevanglijk „ wegvoeren. Schoon ik dit niet verhaal , om den „ jongen Prins te bezwalken, bij tog was, naar zij„ ne jaaren, van zodanigen aart en gezindheid, dat ,, hij, ware hij niet in de handen van de flegtfte „ Meesters geraakt, voorzeker een uitfteekend Vorst „ zou zijn geworden, en zijn Vaderland geen min,, dere diensten, dan weleer zijne Voorouders, heb-

„ ben gedaan. Zij daarom zijn te befchuldi-

„ gen, die, om zijnen Vader te believen, hem, eer „ hij tot jaaren van onderfcheid was gekomen, tot „ aanzienlijke Eerampten hebben verheven , en, „ toen het nog geheel onzeker was, waartoe deszelfs „ inborst zou overhellen, zich niet ontzagen, het „ behoud van hunne Vrijheid geheel inde waagfchaal „ te zetten , hem Erfgenaam van het Stadhou'der-

„ fchap verklaarende, hij mogt zijn wie hij wilde

„ Zij, nog ééns, die, het geduld aan een kant ge,, zet hebbende, deels door eene fchandelijke vleije„ rij, deels door kwaade raadgeevingen, hem die „ Magt opgedraagen, en die Eerzugt in hem opge„ wekt hebben ; hem wijsmaakende, dat hij doen mogt, „ 't geen hij kon, en , 't geen hij mogt, kon doen.

jjWij

Willem

de II.

Sluiten