Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

S56

GESCHIËDENIS

WlU?M

m a.

Onderfcheidenegevoelens en aaudoeningen daar over.

van Slachtmaand, in den ouderdom van vierentwintig paren en zes maanden, uit het leeven werd weggerukt (*).

Het Volk, door de eerfte gunstige berigten in 't denkbeeld gebragt, dat het zich met's Vorsten kwaaie wei ichikte , befchuldigde de Geneesheeren van verzuim of kwaadwilligheid : en 't ontbrak niet aan de zodanigen , die, de tijdsomftandigheden in aanmerking neemende, het vermoeden koesterden , dat de Prins zijnen natuurlijken dood niet zou geftorven weezen : veelen hadden reden, om zich over hem te beklaagen, en veelen oorzaak, om voor hemtevreezen. De Cardinaal Mazarin gaf duidelijk te verllaan, dat hij 'er dit gevoelen van koesterde. Men wil, dat.hij, uit fpijt van 't mislukken zijner oogmerken, door deezen dood verijdeld, of anderen, naar zijn eigen hart beoordeelende, in openbaare geze'dcbappen , de behendigheid prees van hen , die zich den Prins , ten rechten tijde, hadden weeten kwijttemaaken. Doch dit gerugt, alleen gegrond op dwaaze ligtgelorwh-neid, of voortkoomende uitbooze agterdogt. hadt geen grond altoos. Vaster gaat het, en het fteunt op deonlochenbaarftebefcheiden, dat 's Prinfen dood groote blijdfehap verwekte bij de ijverigfte Gemeenebestgezinden. Zij merkten denzelven aan als een gunstbewijs des Hemels , ter bewaariage van de Vrijueid. De Dichters vierden hunnen

(*j) Aitzema, III. D. bl. 456.458. Her ft elde Leeuw , bl. 40. 42,

Sluiten