Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GESCHIEDENIS

Willem »b II.

Omwenteling in Zeeland.

derfcbap aan zich. ——. Te Utrecht bedoor mea onverbreekllk , dat de aanfrelling van Burgemeesteren, Raaden en Schepenen, ten eeuwigen dage, liaan zou aan de Vroedfchap alleen, zonder dat men 't gemelde Regt immer aan iemand anders zou mogen opdraagen (*).

Schoon de Stagen van Zeeland, op de tijding van het overlijden zijner Hoogheid, de hoednfgheid van Eerften Edelen , welke de mrgt des Prinfen van Oranje in dat Gewest bijkans volftrekt maakte, voor vernietigd verklaard , en den Heer de Knuit , die deeze plaats bekleedde , dezelve ontzegd , en hem tevens van alle andere V/aardigheden ontbloot hadden (f) , ging het zo gereed niet , de benoeming der Wethouderfchappen op den voet van Holland interigten. De Stadhouder hadt in alle de groo¬

te Steden van Zeeland, uitgenomen Goes , de Wet befchikt. 'YzFiisfiugen en Veere, beweerden zommigen , dat bij zulks gedaan hadt als Markgraaf dier twee Steden, en niet als Stadhouder van het Gewest. De Voogden des Prinfen van Oranje hielden dit gevoelen Baande, om een Regt te behouden, 't geen hun in de andere Steden ontzegd Werd. Deezen eisch beüreeden de andere Steden

en

(*) Aitzema, III. D bl. 636. 651. Her/lelde Leeuw, b'. 313. 214- Thurloes Papers, Vol. I.p. 187. Capelle Gedenkf. II. D. bi. 244. £63, 3 34- 339-

(f) Natul. Zeel. 165-. bl. 171. 173. 176". Aitzema, III. D. bl. 461. , Herft. Leeuw, bl. 45.

Sluiten