Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der. NEDERLANDEN. |f|

'*n de Staaten heftig. Naa veel twistens, wonnen zij, door Holland geholpen , het Geding. Het befluit was, dat de Steden Viisfingen en Veere haare eigene Wet zouden mogen beuellen : immers , dat zulks niet, van wegen den jongen Prins, als Markgraaf, zou mogen gefchieden (*). Wat de

vier andere Steden betreft , haperde het niet aan Voorftanders van 't Huis van Oranje , om daar 's Prinfen magt en invloed te bewaaren. Hendrik. Thibaut , Heer van St. Aagtenkerke , en Doctor Jan van Landsbergen , twee Burgemeesters van Middelburg, deeden hun best, om den jongen Prins te doen aanflellen, of althans te doen voorfchikken, tot Stadhouder van Zeeland. Zij hadden weeten te bewerken, dat de twaalf Kiezers, die te Middelburg een dubbel getal pleegen te benoemen , waar uit de Stadhouders de Wetkoozen, deeze benoeming niet deeden uit de Burgerij, gelijkgebruiklijkwas,maar, voor een gedeelte, uit de dienende Wethouders; ten einde de zodanigen, die door wijlen zijne Hoogheid aangefteld geweest, en zijnen Huize boven veele anderen genegen waren, de meerderheid in de Wet mogten behouden. De Burgerij, in haare verwagting te leur geheld, nam dit zeer euvel: zommigen ftookten dit vuur van misnoegen aan , en eenige Predikanten voeren 'er op den Predikftoel tegen

uir,

(*) Wicquef. Preuv. I. p. 203. Liv. IV. p. ai8.aao.

Aitzema, III. D. bl. 610 615; Hsrftelde Leeuw,

bl. ïP7 enz.

Willem

de a.

Sluiten