Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

388 GESCHIEDENIS

Willem de II.

om alle de kwaaien te geneezen. Om deeze zonderlin* ge Helling te'bewijzen , voegden zij'er nevens, datde Stadhouders de bekwaamden waaren, om det7«/ete handhaaven, en de verdeeldheden door hunne regtfpraaken te fluiten: beweerende , dat die bellisflng der gefchillen, hun, bij 't aangaan des Bondgenoot fchaps , opgedraagen zijnde , de , Stadhouderlijke Waardigheid een weezenhjk deel der Staatsgefleltefe geworden was; dat de Opllellers der Unie dit beoogden , op raad van Willem den I; even of men niet wist, dat die Vorst reeds geheel andere omwerpen in den zin hadt, dan het oprigten vaneenBondgenootfchaplijk Gerneenebest. Naa veele andere redenen , van zeer verre gehaald , en (leunende 'op even willekeurig aangenomene en gemaklijk ontlegbaare grondbeginzels, belloten zij, dat het Gerneenebest niet kon ftaande hlijven, dan op de eerst ge' legde grondllagen (*).

Verfcheide redenen, ondertusfehen, weezen uit, dat de Friezen geenzins onfeilbaare Regters waren in dit fluk: de voorbeelden , van de oude en laatere Gemeenebesten ontleend, beweezen niets ten op dgte van een Gerneenebest, in Regeeringsvorm van dezelven geheel verfchillende; en, om bepaald te fpreeken, konden zijniet oordeelen, of het misfen van een Stadhouder, daar men ze tot nog altoos gehad hadt, de onheilen , door hen voorfpeid , zou naa

tzich

(_*) Aitzema , III. D. bi. 542. HerfteUe Lecw.u, bl. 9a-

Sluiten