Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der. NEDERLANDEN. 393

hebben , werden zij te raade , zeer fchielijk eene Bezending na Zeeland aftevaardigen: deeze beftondt uit de aanzienlijke Heeren Jacob van Wassenaar, Heer van Obdam, Joan de Wit , Penfionaris van Dordrecht , Willem Nieuwpoort , Vroedfchap van Schiedam , en Franco Riccen , Penfionaris van Purmerende. Zij vertoonden de nutloosheid van een Capitein - Generaal in Vredes - tijd ; en dat men, bovenal, den jongen Prins van Oranje tot die Waardigheid niet behoorde te benoemen , dewijl de Landen, geduurer.de zijne minderjaarigheid , ligt in de noodzaaklijkheid zouden kunnen komen, om eenen anderen met dat Ampt te bckleeden. Dus zouden zij thans, door verhaasting, hunne eigene handen binden. Hem daar toe te voorfchikken , was, behalven dat zulks met regt mogt aangemerkt worden als een inbreuk op de Vrijheid der Naakomelingen , gevaarlijk ; naardemaal zulks ligt aanleiding kon geeven tot partijfchap en verdeeldheid in den Staat, wanneer de Prins van Oranje, op zulk eene belofte afgaande, in tijd en wijle, het Ampt, waar toe hij voorfchikt was , goedvondt te eifchen in omflandigheden, waar in de Staaten het niet raadzaam zouden vinden hem 't zelve optedraagen. — Schoon men op deeze en andere, niet min bondige, Vertoogen geen dan een algemeen antwoord gaf, bragten de veranderingen, in Zeeland voorgevallen, en waar van wij reeds verflag gedaan hebben (*) , egter te

wege,

C) Zie dit Deel van ons Tafereel, hier boven.

Willem

DE II.

Sluiten