Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

39C1 GESCHIEDENIS

Willem

DE II.

den vernieuwd hadt. Deeze gemaatigdheid baarde bij zommigen het vermoeden , dat men het in Holland niet ernstig meende met den Hervormden Godsdienst, zo als dezelve in de Synode te Dordrecht was vastgefteld: een vermoeden, verfterkt door den aandrang van dit Gewest op de vermindering van Krijgsvolk, 't geen , gelijk wij gezien hebben , zo verre ging, dat men dit hieldt voor een aanflag tegen den Godsdienst (*). Volgens de Unie van Utrecht was de Roomfche Godsdienst geenzins uitgefloten. Geweld alleen hadt hier bepaalingen gemaakt, firijdig met de aangenomene grondregelen (f). En de ijver der Predikanten tegen de Roomsch - Catholijken was zeer toegenomen cioor de laatfle vermeesteringen, in Braband en 't Land van Gvermaaze gemaakt, waar men ftaatlijke Verdragen , wegens de handhaaving des Roornjchen Godsdiensts, hadt aangegaan.

De Staaten van Gelderland verklaarden zich eerst ten opzigte van het fluk van den Godsdienst, drongen fkrk aan op het onveranderlijk handhaaven van -deu waaren Hervormden Christlijken Godsdienst, zo als dezelve op de Synode te Dordrecht was vastgelield, en op het van kragt doen blijven der Plakaa-

ten tegen het Pausdom. Die van Zeeland,

fchoon hoofdzaaklijk daar mede overéénfremmende, voegden 'cr verfcheide zaaken nevens. Men moest,

huns

O Aitzema, III. D. bl. 429. Herft. Leeuw, bl. 15. Wicquef. Preuv. I. p. 4S0. (|) P, Paulus Verkl. deu Unie, II.D.bl. 264enz.

Sluiten