Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eer NEDERLANDEN. $21

9 , lijke Verklaaring, dat zij tegen Engelfche Waaren „ gekogt of ingeruild waren (*)."

Algemeen was dit Verbod; doch blijkbaar ingerigt tegen de Ingezetenen der Ferêénigde Gewesten. Zij hadden weinig Voortbrengzels van eigen grond , of eigen maakzel, die zij, met voordeel, in Engeland konden brengen, waar hun Handel hoofdzaaklijkbeftondt in Goederen van andere Volken, wier Factoors en Vragtvaarders zij geworden waren door de uitgeftrektheid hunner Zeevaardije en door de goedkoopheid hunner vragten. Deeze Acle drukte gevolglijk den geheeleu Handel. Tot een nog

doorlteekender blijk van vijandlijkheid gaf httEngelfche Parlement Brieven van fehaverhaaling aan bijzondere Perfoonen, om van de nadeelen , hun door Onderdaanen van deezen Staat toegebragt, vergoeding te bekomen. Welhaast viel een aantal Hollandfche en Zeeuwfche Schepen hun in handen (t).

Dit alles ontrustte de Staaten. Zij beïlooten , eene Vloot in Zee te brengen van honderd en vijftig Schepen, ter beveiliging der Scheepvaarten Visfcherije. Het Gezantfchap, na Engeland befremd, verhaastte het vertrek derwaards. 't Zelve beftondt uit den Oud-Raadpenhonaris Kats, Gerard Schaap Pieterszoon en Paulus van de Pekke, Penhonafis van Middelburg. Zij kwamen , voor het einde ■ ., * des

(*) Aitzema, III. D. bl. 667.

(t) Rapin , Tom. IX. p. 52. Aitzema , III. D. bl. tfo8. 609.

15

STAATSREGEERIfcQ.

Een Gezantfchapuit deeze Gewesten na Engeland.

Sluiten