Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 423

C Vrijheid der Zee en des Koophandels te handhaaven hun alleen toekwam , dar zij Meesters van den Oceaan waren, en niet zouden dulden, dat'er eene andere dan de Engelfche Vlag op waaide. Het voor deftig jaaren voorgevallene op Amholna Werd opgehaald, Zij eischten des voldoening , en fchtivergoeding voor de onïcosten , welken zij , van wegen der Staaten uitrusting ter\Zee, hadden moeten maaken. De Afgezanten deeden wedereifchen ; doch, wat zij bijbragten, werd verworpen ; en niets bleek duidelijker, dan dat de Engelfchen den Oorlog zogten (*).

Het groot aantal der Voorftanderen van het Huis van Oranje en alle de Vijanden der Engelfchen fchreeuwden, op 't hoortn der haaclijke en buitenfpoorige eifchen, den Afgezanten gedaan. De Staaten van Holland, ziende, dat de Engelfchen, behalven deeze verregaande vorderingen , niet aflieten de Koopvaardijvaart te ontrusten, fielden eene Vredebreuk onvermijdelijk. De beide Partijen, die dit Gerneenebest verdeelden , vonden zich door dezelfde gevoeligheid gedreeven, en genoodzaakt hunne poogingen tegen den Vijand des Vaderlands te veréénigen. De wortel fan verbitterdheid in de harten der beide Volken fchoot allengskens dieper, en, bij de volgende gelegenheid, brak de Oorlog uit.

Om. zich tegen de ontrustende oogmerken te dekken,

(*) Aitzema, III, D. bl 694,702.707.710. 739. 740. Wicguef. Liv. VI, p.309 320,

Staatsie egee< king.

Welk een indruk de vrugilooze onderhandelingen aldaar hier te Lande » maakten.

Sluiten