Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 433

de behoudenis eens zo grooten fchats. Den laatften gelukten het niet alleen de Koopvaardijfchepen , het doel eens greetigen Vijands , te befchermen , maar ook den Vijand, die , behalven de meerdere grootheid der Oorlogfchepen, geene Koopvaarders te befchutten, en 't voordeel van dén wind hadr, zodanig te havenen, dat hij na Pleimouth, met het vallen van den avond , de wijk nam. De dappere en godvrugtige de Ruiter erkende de hand der hemelfche Voorzienigheid in eene zo ongeziene overwinning; en beflopt, den Vijand in zijne eigen Haven aantetasten : wanneer de zodanigen onder de Scheepshoofden, die, uit kleinhartigheid, hunnenpligtvergenten had-Jeh , gelegenheid zouden vinden , om hunne fchande door daaden van dapperheid uittewisfchen. Doch tegenwind noodzaakte hem , van deezen manmoedigeu toeleg aftezien. Geen Schip van de onzen was in deezen llag verlooren , en weinig manfchaps gefneuveld. De Engelfchen verlooren drie Schepen en dertienhonderd man : twee Schepen waren in den grond geboord door Douwe Aukïs, die een Oosttndischvaarder , ten Oorlog uitgerust, voerde, en zijn Volk, toen het van overgave fprak, tot het uiterlte betoon van dapperheid dwong, met hun een wisfen dood te dreigen , door 't lont in 't Kruid te zullen fteeken, indien men verder van overgave durfde kikken: een derde Schip, tegen deeze wanhor pigen vegtende, ontkwam het zinkenternauwer nood (*). Dee(*) Brandt, Leeven var, de Ruiter, bi.238enz. K3

Staats Keüle-

e1ng.

Sluiten