Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 439.

In Zeeland waren de beweegingen onder het Volk nog heftiger, en van meer gevolgs. Het draagen van Oranje-linten ftrekte ter leuze , dat men zich voor 's Prinfen Vrienden verklaarde. De Staaten van dit Gewest bukten voor het Gemeen, aangezet door de Predikanten. Zij ontwierpen een Befluit, dat „ de jonge Prins behoorde voorgefchikt te worden „ tot Capitein - en Admiraal - Generaal over deLand„ en Zeemagt van den Staat, en dat Graaf Wil„ hm van Nasfau, Stadhouder van Friesland, ge„ duurende 's Prinfen mïnderjaarigheid, tot zijnen Luitenant behoorde verkoozen te worden (*)." De Staaten van Holland, voorziende, dat men in Zeeland tot zulk een befluit zou komen, hadden eene Bezending derwaards afgevaardigd, en Joan de; Witt , Penfionaris van Dordrecht , aan 't hoofd geplaatst. Nauwlijks waren zij in Zeeland gekomen, of het Gemeen bezette de toegangen der Abtdije, waar de Staaten gewoonlijk vergaderen : het fprak van de Hollandfche Gemagtigden omtebrengen , en hadt, ten dien zelfden dage, blijk gegeeven , waar voor 't zo heftig ijverde , met een Trommelflaager, die Voik wierf uit naam der Staaten, den Trommel van 't lijf te fnijden, om dat hij den Prins van Oranje niet noemde , gelijk hij naderhand, met oogluiking der Regeeringe, deedt. De geest des oproers holde met zulk eene woede , dat men de Afgevaardigden riedt, zich aan 't dreigend gevaar te onttrekken

(*) Aitzema, III. D. bl. 745.

StaatsRegrering.

De Zeeuwen willen het Capiteinen Admiraal- Generaalfchap aan den Prins opdraagen,

Sluiten