Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 4(tf

Zulk eene bruske handelwijze verbaasde eene Staatsregeering, uit haaren aart verpligt, omzigtigen langzaam te werk te gaan. Holland verontfchuldigde zich, zo goed mogelijk, bij de andere Gewesten, hoogst misnoegd, dat het eene Vredehandeling hadt aangevangen , zonder hen te kennen. Toen het misnoegen eenigzins bedaard was , fchreeven de Algemeene Staaten , op aanhouden van Holland, aan 't Parlement, verklaarende, gereed te zijn, om Afgevaardigden ter onderhandelinge te zenden. En werden hier toe , naa eenig' verfchil over de benoeming, of dezelven door de Algemeene Staaten , of door elk Gewest zouden gekoozen worden , bij het boven drijven des laatflen gevoelens , door Hol' land benoemd , Hieronimus van Beverningk en Willem Nieuwpoort ; door Zeeland Paulus van De Perre ; en Friesland voegde 'er , op 't aanftaan des Stadhouders Graaf Willem , Allard Pieter Jongestal bij : de twee eerstgemelden waren den Huize van Oranje ongunstig ; de derde hak in zugt voor 't zelve niet uit ; en de vierde was een groot ijveraar voor de belangen van den jongen Prins. Beverningk vertrok eerst, en was reeds voor 'teinde van Zomermaand te Londen : zijn last was , te beproeven, of men in Engeland ook genegen zou zijn, om aftezien van den voordag, op welken men met Pauw hadt willen handelen (*).

Doch,

("') Secr. Refol.Holl. 1653.1. D. bl.33-36 50.70.72. Aitzema, III, D. bl. 805. 814-816. ThüRloe's Pa1Y1 3 ff»

StaatsRegeering.

Afgevaardigden na Engeland.

Sluiten