Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a78 GESCHIEDENIS

Staatsie egee-

ÏUiN'g.

deedt hem vreezen, dat het Huis van Oranje , magtig wordende, poogingen zou aanwenden tot eene herilelling des Konings , aan 't zelve zo voordeelig. De bewijzen , dat dit zijne overleggingen waren, zijn van zulk eene egtheid , dat veronderftellingen , in 't wilde gemaakt, en vernaaien , van gezag ontbloot, ze niet kunnen verzwakken. Zijne verklaringen , in een bijzonder gefprek met Beverningk , die zich in 's Protectors gunst hadt weeten intedringen, zijn verbaazend in den mond van eenen Man, die zich verheven hadt op de overblijfzels des met bloed helmetten Throons van Carel den i. Naa betuigd te hebben , dat hij het nadeel en ongelijk, door het Huis van Oranje hem aangedaan , nooit * kon vergeeten, voegde hij 'er nevens , dat hij nimmer gerust in de Regeering van Engeland, eu nooit van den Vrede met de Ferêénigde Gewesten zou kunnen verzekerd zijn, zo lang 'er vreeze was, dat het Opperbeleid over zaaken van Regeering en Oorlog zou kunnen vallen in handen van iemand , uit dit Huis, die zo na vermaagfchapt was met hem , die reeds den naam van Koning aangenomen hadt. Voorts verzekerde hij , dat 'er de Staaten zeiven veel aangelegen was, dat zij, wegens dit Huis, gerust geheld Wierden; en dat hij ook niet twijfelde.» of dit was de meening der Staaten van Holland, dewijl men hem reeds, voorlang , dén hunner Befluiten op dit fluk getoond hadt , dat hartige en vrije taal fprak ; en dat hij , indien de Staaten van Holland hem belooven wilden, bij het Befluit te zullen

vol-

Sluiten