Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 483

niet gelukken wilde, voor, om met de meerderheid t. üc'.Iuiten. Doch Haarlem en Leyden beweerden, dat in deeze zaak geene overftemming plaats hadt. Nogthans gedoogden deeze Steden, dat het Befluit, zonder verdere omvraag te doen , opgemaakt wierd. Verlof verzogt hebbende, om zich, voor een korten tijd , te begeeven na de Vertrekkamer, en de Acle, waar in de meeste Leden bewilligd hadden , opteftellen, kwam hij zeer fchielijk weder, met een Ontwerp van deezen inhoud: Dat de Staaten van Holland en Westfriesland , totgerustftelling van den Heer Preteftor, verklaarden, ,, dat zij den Prins van Oranje, „ of iemand van deszelfs Naakomelingen , nimmer „ zouden verkiezen tot Stadhouder of Admiraal „ hunner Provincie; noch, zo veel de (tem hunner „ Provincie aanging , te gedoogen , dat hij ooit „ wierd aangefteld tot Capitein-Generaal over de „ Krijgsmagt der Generaliteit (*)." Veertien Leden Hemden 'er voor ; maar de Steden Haarlem, Leyden, Alkmaar , Enkkuizen en EÜdm daar tegen. Haarlem voegde 'er bij , en bleef aandringen , dat men een fluk van die aangelegenheid aan de andere Gewesten moest ontdekken; doch de meesten verftonden, dat de jzaak Holland in 't bijzonder betrof , 't welk anderen Gewesten geen Tekenfchap behoorde te geeven. De Acte werd na Engeland

geCO De Witt, Brieven , V. D. bl. 340. 343. Secr, Refol. Holl. 1654. LD. bl. 136. Tiiurloe's Papers Vol. II. p. 206.

StaatsRegeering.

Sluiten