Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

486

GESCHIEDENIS

StaatsRëgee-

1UNG.

Vertoogen te^en de Uitiluitiiig.

Het zou eene lange en verdrietige taak weezen s alles optehaalen, wat, ten dien tijde , zo voor als tegen de Uitfluiting , werd in 't midden gebragt. Wij bepaalen ons tot eene korte opgave van devoornaamlte redenen, van den eenen en anderen kant aan. gevoerd, over een fluk van die aangelegenheid. De Voorflanders der Stadhouderlijke Waardigheid en van her Huis van Oranje voeren fterk uit tegen de gehoudene handelwijze van Holland. Deeze ftreedt, huns oordeels, tegens de Unie, volgens welke geen bijzonder Lid met den Vijand mogt handelen; tegen de nog nauwer Unie tusfchen Holland en Zeeland, en de volflagene Verklaaringen , door de Staaten van Holland gedaan, om, ten opzigte van het Ampt des Capiteins- Generaals, geen befluit te neemen zonder kennis der andere' Landfchappen. Toen Cromweu. deeze Uitlluiting den Algemeenen Staaten voorHelde , verwierpen zij die baarlijke voorwaarde. Zij meenden veel toeteflaan met de verzagting, in't Verdrag begreepen, in plaats te ftellen. Deeze verandering aangenomen, de Vrede getekend en bekragtigd zijnde, was het niets anders dan een laag bedrog, hun die zelfde voorwaarde opteleggen langs den omweg eener bedekte en zijdelingfche onderhandeling. Holland wilde, buiten twijfel, zich deüppermogenheid over de andere Gewesten aanmaatigen , om ze, bij de eerfte gelegenheid , aan Cromwell aantebieden. Bij de minfle verdenking, of het geringfte aanbrengen, zou die heerschzugtige Geweldenaar zich het regt aanmaatigen, om van de Regeering uittefluiten

al-

Sluiten