Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der. NEDERLANDEN. 491

'er zich van te berobven , om 't algemeene heil des

Vredes te bewerken. Zij beweerden, dat eene

dergelijke opoffering , waar bij een bijzonder Lid zich alleen verpligtte in een ftuk, betreklijk tot het inwendig Staatsbeftuur, de Eer en Waardigheid van den Staat in 't algemeen niet kon ontluisteren : dat alle de flappen, door hen gedaan,om de vriendfchap van Cromwell te winnen , niet onteerender waren dan die der Hoven van Spanje en Frankrijk , om èene Verbintenis met den Protector aantegaan. .. Wat de onlusten betrof, welken den Staat, gelijk men beweerde, over 't hoofd hingen , men hadt ze tot nog weeten te beletten: zij begonnen zich tot bedaaren te fchikken: en 'er was hoope, om ze geheel gedempt te zien , als 'er de (toffe tot aanflooking niet meer was. Zij floegen de jaarboeken van 't Gerneenebest op, om te toonen, dat, zints den tijd des Aardshertogs Matthias tot Willem den II, de meeste onéénigheden in den Lande ontitaan waren door of om de zogenoemde Hoofden. Zij merkten op , dat de Staat nooit grooter rust genooten hadt, dan toen de aangeftelde Hoofden nog weinig aanziens bezaten, of met Krijgszaaken zo bezet waren, dat hun geen tijd oveffchoot , om zich onwettelijk te dringen in zaaken, tot het beleid der Algemeene of bijzondere Staaren behoorende ; dat zelfs de tegenwoordige onéénigheid om een Hoofd , ja om een ingebeeld Hoofd, ontdaan was; en dat de Staaten der bijzondere Gewesten door verfchaivie banden thans zo nauw verknogt waren , dat men,

naar

STAAT3-

Regeè-

iukg.

Sluiten