Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 495

te hebben van Carel den II, die het gehoord hadt van Thukloe; 'er bijvoegende, dat de Witt zulks deedt toen hij Afgezant der Staaten bij Cromwell was. Nu is 't bekend, dat de Witt nooit zodanig een gezantfchap bekleedde : ook weet men , dat Carel de II. [ een getrouw aankleever was van de beginzelen der waarheid. Eindelijk, de breedfpraakige Papieren van Thukloe , raderhand in 't licht gegeeven, behelzen niets, ftrekkende tot het onderfchraagen van zodanig een vermoeden.

De Vrede , met Cromwell gefloten ,' was zo voordeelig niet voor den Staat, als dezelve voor de Partij, tegen het Huis van Oranje gekant, zou hebben kunnen weezen. Voor de infchiklijkheid, aan Cromwell betoond, hadt men min harde engelijker voorwaarden moeten bedingen. De fchadeloosftelling, waar toe de Staaten zich verbonden, beliepen, voor de Schepen, in de Zond aangehouden en verkogt, zevenennegentigduizend negenhonderd drieënzeventig Ponden en tien Schellingen fterlings ; voor de naadeelen, door de Engelfchen van de Oost- en West. Indifche Maatfchappijen geleden, en voor de Erfgenaamen van eenigen der op Ambolna omgebragten, te zamen drieëntachtigduizend zeshonderd en vijftien Ponden fterlings ; behalven de teruggave van het Eiland Poulteron (*). De vrijheid van Handel

gen, om te behaagen aan Meesters , die ongenoegd zouden weezen, als men ze niet wat op de mouw fpelde. £t) Verb. van Beverningk, bl. 380 — 647. Wicquef.

O 2 Liv,

StaatsRegee-

R1JNG.

Sluiten