Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der. NEDERLANDEN. 503

ten, onder het Stadhouderlijk bewind , en in die, welken 't zelve met den meesten drilt begeerden. Men bleef niet in gebreke , zulks aantezien voor nieuwe bewijzen van de Helling , in het verdeedigend Vertoog der Staaten van Holland, dat die hooge Waardigheden altoos veeleer gelirekt hadden, om burgerlijke onöénigbeden te verwekken, dan om ze uittedooveu. Anderen belchuldigden de Witt, dat hij ze, onder de hand, hadt opgeftookt, om in alle de Gewesten Regenten van zijnen aanhang intevoeren (*). Dan, een vlugtig overzien van deeze verdeeldheden zal ons het gehouden gedrag deezes grooten Mans in een veel gunstiger daglicht vertoonen.

In Utrecht was men verdeeld over 't ftukdesStadhouderfchaps. De Edelen hadden den Prins van Oranje tot Stadhouder benoemd. Maar de Stad , ondanks de poogingen van Graaf Willem, die ten deezen tijde zich in Utrecht bevondt, was daar tegen gekant. Deeze vorderde , dat het Eerfte Lid van den Staat eene aanzienlijke fomme, tot onderhoud der Predikanten, zou afftaan uit de Geestrijke Goederen , welken het bezat. De Staaten van Holland onderfteundendeStad, en wisten 'er zich zo wel van te bedienen , dat ze in haare weigering volhardde, zonder dat het Gewest de uitwerkzels deezer inwendige verdeeldheid gevoelde (f).

In

(*) Thürloe's Papers, II p, 706. De Witt, Briev. £11. D. bl. 4.10.12.15.16. Aitzüma, III. D.bl. 1192. (f) Thurloe's II. P. 438.450.451.479.480."

Staats-

RïïGEEUINC.j

Onlusten in Utrecht,

Sluiten