Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5»o

GESCHIEDENiS

STAATSREGERING.1

te zullen maaken. De Algemeene Staaten en de Staateti van Holland, dit verneemende, oordeelden , geene ftilzittende aanfchouwers te moeten blijven: zij meenden, dat de noodzaaklijkheid hun regt gaf, om aan» tegaan tegen één der Befluiten , op de Groote Vergadering genomen, volgens her welk de Algemeene of eenigen der bijzondere Staaten geen zeggen hadden over het Krijgsvolk, in eene der andere Itemmende Gewesten liggende. Ook oordeelden zij, dat 'er, zints het fcheiden van den Landdag , geene Staaten, en derhalven geene Souverainen , in Overijsfel waren : elk der twistende Partijen maatigde zich dien tytel aan. Zij bevalen den Krijgslieden, geen deel in dit gefchil te neemen. De Staaten van Holland geboden zulks aan 't Volk, het- welk zij betaalden , en de Algemeene Staaten aan al het overige. De Tegenfiadhouderlijke Partij zou , als de zwakfte, hebben moeten wijken, indien Holland dezelve niet onderfchraagd hadt. Naa veel twistens , wie hier fcheidsman zou weezen, kwam men tot het befluit, om daar toe Prins Willem van Nasfau en den Raadpensionaris oe Witt te benoemen. Deeze kwamen overéén, om de voorgewende verkiezing van eenen Stadhouder en deszelfs Luitenant voor vernietigd te houden; als ook, dat Haarsolte affland zou doen van het Drostampt van Twente. De Stadhouderlijke Partij weigerde zich aan deeze uitfpraak te onderwerpen : ook hadt de Prinfes Weduwe gezegd, dat hauc Kleinzoon niet van het Stadhouderfchap af-

ittrndts

Sluiten