Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eer NEDERLANDEN. sti

ftondt, fchoon Prins Willem afftand gedaan hadt van het Luitenant-Stadhouderfchap^ — De on* lusten wakkerden aan. Die van Hasfelt , gebelgd, óm dat de Stadhoudersgezinden zich geheten hunne ftem niet te rekenen, wilden des wraak neemen. Zij deeden de Vaartuigen, die Stad voorbij na Zwol vaarende, aanhouden: waar uit volgde, dat die van Zwol, in den jaare MDCLVII, Hasfelt belegerden, in welken nood laatstgernelde Stad na Amfterdam

om bijftand fchreef. Toen de tweedragt tot

die vervaarlijke hoogte was opgeklommen, zagende vuurigften zo wel als de gemaatigdften een volftrekt Landbederf te gemoet : en men werd te raade , de gefchillen geheel te laaten verblijven aan de uitfpraak der Staaten van Holland. Coknelis de Graaf, Heer van Zuidpohbroek, werd , met den Raadpenfionaris de Witt, benoemd, om, uit naam der Staaten, de zaak aftedoen. Men bedoor, dat de aanftelling van Haarsolte tot Drost van Twente , eu die van Prins Willem van Nas/au tot LuitenantStadhouder, aangemerkt zouden worden als niet ge-fchied. Dat het gefchil over de verkiezing van denf" Prins van Oranje gelaaten wierd in zijne waarde en onwaarde , en aan het oordeel der genen, die in de Regeering zouden zijn, wanneer zijne Hoogheid bekwaame jaaren bereikt zou hebben , om de Waardigheid van Stadhouder te bekleeden. Dat de Steden Hasfelt en Steenwijk voortaan op zaa» ken van Vrede en Oorlog , verandering van Landregten , verkiezing van Stadhouderen , en opftelP 3 ling^

StaatsRegpb.

ring.

Sluiten