Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5i* GESCHIEDENIS

Staats-

REGEERING.

linge van nieuwe lasten, ten Landdage zouden bsfchreeven worden, en helpen raadpleegen (*).

De twistende Partijen waren des gefchils zo moede, dat derzelver Gemagtigden zich aan deeze uitfpraak onderwierpen , elkander, ten teken van volkomene verzoening, omhelsden, en den Graaf en de Witt bedankten (f). Alle deeze bevredi¬

gingen mogten aangezien worden als zo veele zegepraaien der ijverige Gerneenebest gezinden. Zij bleeven niet in gebreke , om de twistende Gewesten , waar zij als Middelaars verfcheenen, den gerusten en bloeijenden Haat van Holland, in vergelijking met die, welken Stadhouders hadden of verlangden, op 't leevendigst aftefchetzen. Doch die zelfde bevredigingen deeden den Voorftanderen van het Huis vjn Oranje gevoelige fmert aan : zij durfden niet langer beweeren, dat het Stadhouderfchap het mid-

delpunt der éénigheid in de Gewesten wae.

Men llondt verheid , dat de Prins van Nas/au een zo gereeden afifand gedaan hadt van bet LuitenantStadhouderfchap , en ééne lijn getrokken met de vuurigfte Gemeenebestgezinden. Dan het blijkt, dat de fchrandere en verreziende de Witt hem daar toe wist te beleezen. Eene andere , zeer merkwaardige

(*) Aitzema, III. D. bl. nir. 1305. en IV. D. bl. 166-178. 180-195. Wicquef. Liv. VIII. p. 456. Liv. X. p. 547. De Witt, Brieven, I.D. bl. 168.188.198, 258. en m. D. bl. 33.47.178. 397. 404.408.412-415.

(f) De Witt, Brieven , III, D. bl. 412-415.

Sluiten