Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de». NEDERLANDEN. 515

aanzette ; daar zij hem liet weeten , dat men het ter Generaliteit zo verre gebragt hadt, dat Prins Willem van Nasfau welhaast tot Veldmaarfchalk zou verkoozen worden ; hem verzoekende , hier toe de behulpzaame hand te leenen: immers 'er zich niet fterk tegen aantekanten. Hij verklaarde rondborstig, dat hij zulk een befluit uit al zijn vermogen zou tragten te beletten. De Staaten van Holland , die reeds beweerd hadden , dat dit Ampt niet bij overflemming zou mogen begeeven worden , vaardigden een Brief af aan de andere Gewesten , van deezen inhoud : „ Dat het aanftellen „ van eenen Veldmaarfchalk over de Krijgsmagt van „ alle de Gewesten , tegen den zin van eenig Ge„ west, eene blijkbaare inbreuk was op deszclfs ,, hoogde Magt. Dat men tegenwoordig niet alleen 3, geen Veldmaarfchalk noodig hadt, maar dat men „ dit Ampt zelfs voor altoos behoorde te vernieti,, gen : en dat men , in geval van nood , het Op„ perbevel over het Leger flegts voor éénen Veldtocht moest opdraagen. ~— Doch, zomenvoort„ ging met het aanftellen van eenen Veldmaarfchalk, „ zouden de Staaten van dit Gewest de middelen , „ die de Voorzienigheid hun in handen gefteld hadt, „ gebruiken, om de Vrijheid en Souverainiteit van „ hun Gewest te befchermen (*)."

VerCO Aitzema, III, D. bl. ncfj. Refol. Heil. 1657.bl. 5.10.19 33- Refol,vau Confid. bl. 283, s86. 290. 394, Aitzema , IV. D. bl. 3.

P 4

Staats-

RtGEERING.

Sluiten