Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beu. N E D ERLANDEN. '531

Genomen zijnde , vertoonde hij den Vrijbuiter de onbillijkheid van zijn gedrag tegen Vrienden en Bondgenooten zijns Konings. Deeze hadt geene ooren na zulke redenen, en fprak van niets anders dan hem voor goeden prijs te houden. Eindelijk vroeg de Capitein aan de Ruiter , ofhij geen dorst hadt? Deeze ja geantwoord hebbende , hervatte de Capitein, wat wilt gij hebben, Water of Wijn? De Ruiter daar op: Ben ik een Gevangen, zo geef mij flegts Water : maar, ben ik een vrij Man , zo fchenk mij Wijn. Deeze rustige vrijmoedigheid fmaakte den Franschman dermaate, dat hij Wijn liet haaien, de Ruiter toedronk , en geluk op de reize wentelt» te. Door een wonderen wisfelloop der menfchelijke lotgevallen was één der twee eerfte Schepen , door de Ruiter nagejaagd en bemagtïgd op zijn tocht tegen de Franfche Vrijbuiters, dat van dien zelfden de la Lande. Eenigen verhaalen , dat hij met veel moeite, en dreigende , dien Vrijbuiter aanboord kreeg ; anderen , dat hij hem door een minzaamen Brief overhaalde, om bij hem te komen, onder toezegging, van hem op de zelfde vriendelijke wijze te zullen behandelen, als hij, voorheen, door hem bejegend was (*). Doch, meester der beide Scheper.

ge-

00 Brandt, Leeven van de Ruiter, bl. 113 enz. Deeze Brief was, 'c geen vreemd voorkomt , in 't Latijn gefchreeven, en, volgens de opgave van Basnage, Ann' p. 489 » van deezen inhoud : „ Perilluftri & generofo

Djraino de la La.\de. Quare, fi verba Dominatio fit Q 4 ea-

STAATi»

rpgee' ring.

Sluiten