Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

534

GESCHIEDENIS

hij met zo veel aandrangs, dat het hart des jongen Vbr.^ts getroffen wierd. Lodewïjk de XIV. antwoordde met een voorwendzel , 't geen hij van de Engelfchen fcheen ontleend te hebben, en hem buiten twijfel door zijne Vleijers was ingeboezemd : Men heeft mijne Vlag gefchonden in mijne Zeeën , waar over mi^e Souveralniteit ftrekt l Boreel , alle de gevolgen van zulk een trots voorgeeven doorziende , toonde 'er de ongerijmdheid zijdelings van aan. Hij vroeg: Of de Hollandfche Schepen zich, in Zee, die voor alle Volken open ftaat, door Roovers aangetast vindende , moesten laaten neemen, al ivaren ze fterker, en door Oorlogfchepen begeleid ? Of de Staaten der Veréénigde Gewesten zich moesten te vrede houden met wedergave en vergoeding van de genome* ne Schepen te verzoeken : verzoeken^, die onbeantwoord, of althans onuitgevoerd , bleeven ? Deeze ronde taal mishaagde den Cardinaal Mazarin , die bij 't gehooi tegenwoordig was: te meer, dewijl hij verondersteld werd met de Vrijbuiters te deelen. Schoon deeze Staatsdienaar over't algemeen deknnst bezat, om zijne gemoeds-aandoeningen te verbergen, viel hij den Afgezant, herhaalde keeren, inde reden , die, hier door niet van zijn Buk gebragt, hem te gemoete voerde: Mijn Heer, ik heb de tere van tegen den Koning te fpreeken, en roet zijn vertoog voortging. De Cardinaal wreekte zich njet hem hoonende woorden bij het uitgaan toetevoegen, en te bewerken, dat hij geen gehoor verwierf bij de Koninginne. 's Konings taal was, dat hij zijnen

Am-

Staatsie egeering.

Sluiten